15 49.0138 8.38624 arrow 0 both 0 4000 1 0 horizontal https://www.eenplekomteblijven.be 300 4000 - 0
theme-sticky-logo-alt

Waarom ik duurzaamheid nu zo belangrijk vind

Dat het niets uithaalt. Dat het moeilijk is. Dat het duur is. Dat je plots niets meer mag. Dat het zelfs vervelend is voor anderen. Er zijn tal van argumenten die mensen aanhalen om niets aan hun levensstijl te veranderen. En dat is oké. Ook al ben ik het niet eens met die argumenten, ik zal de laatste persoon zijn die iemand anders zegt wat ‘ie moet doen. Zolang iemand gelukkig is met het leven dat hij/zij leidt en de keuzes die hij/zij iedere dag maakt, is het mij allemaal eender. Maar ik kwam op een punt waarop dat voor mij niet meer gold; een punt waarop ik me niet meer goed voelde bij de dingen die ik deed, het voedsel dat ik at en de kleren die ik droeg. In dit artikel leg ik uit waarom.

In de podcast Het groene hart van gaat Jelle Derckx elke aflevering op zoek naar het groene hart van zijn gast. Ik zou liegen als ik zou zeggen dat ik er altijd al een gehad heb, zo’n groen hart. Ik kom bijvoorbeeld niet uit een per definitie groen gezin. De grootste ‘groene’ discussie die we als gezin hadden, ontstond naar aanleiding van de Dioxinecrisis in 1999 – ik was toen negen en mijn moeder besloot om voor de toenmalige groene partij te stemmen. Ik weet ook nog dat ik als kind bijzonder bezorgd was toen er in onze straat plots allemaal posters aan de vensters gehangen werden om te protesteren tegen de vervuilende invloed van fabrieken en de impact daarvan op de omwonenden. Toen ik mijn ouders vroeg wat die posters betekenden, was ik verbouwereerd dat iemand louter omwille van economisch winstbejag de aarde en de gezondheid van mensen zoveel schade toe zou brengen. Misschien waren er dus toch al ergens kiemen van een groen hart, maar dan vooral in theoretische zin. In de praktijk vond ik het allemaal maar vreemd: mensen die overal met de fiets naartoe gingen, geen auto hadden, geen vlees aten, rare kleren droegen. Mijn beeld van een duurzame levensstijl was heel typisch, omdat het beeld van ‘de groene hippie’ het enige was dat ik af en toe zag.

Ik denk dat de basis bij mij ontstaan is vanuit een diepgeworteld rechtvaardigheidsgevoel en een aversie voor onrecht, op welk vlak dan ook. In combinatie met een groot empathisch vermogen richtte dat rechtvaardigheidsgevoel zich in mijn geval al snel op dierenwelzijn. Liefde voor dieren had ik altijd al. Ik herinner me nog dat mijn grootvader eens een mapje voor me had gemaakt met “alle dieren van de wereld” en dat ik mezelf op speciale zomeravonden soms beloonde door in dat mapje te mogen kijken. Daarbij kreeg ik al snel hartpijn bij het besef dat sommige van de dieren uit mijn mapje door toedoen van de mens uitgestorven waren of op weg waren naar uitroeiing. Toen er in de klas eens een discussie georganiseerd werd over dierenrechten, was ik de enige die het onrechtvaardig vond dat dieren gebruikt worden als proefdier om allerlei testen op te doen, vaak voor producten die voor de mens een pure luxe vormen. Omdat vrienden van mijn ouders geregeld vegetarisch aten, begonnen we thuis ook af en toe Quorn te eten in plaats van hamburger of biefstuk. Ik wist dus al dat vleesvervangers best oké waren en ik dacht geregeld na over vegetarisme, maar toch besloot ik telkens dat de opoffering te groot zou zijn. Ik denk dat ik vooral schrik had om ‘anders’ te zijn of al te zeer de aandacht op mezelf te vestigen door een keuze die op dat moment lang niet mainstream was. Ik stelde de keuze dus altijd uit. Tot ik op een dag een kunstig filmpje zag van een slager die een varken aan stukken sneed, allemaal heel mooi in beeld gebracht, bedoeld om zijn ambacht in de verf te zetten. Ik moest bijna overgeven. Toen besloot ik dat het genoeg was. Op mijn negentiende werd ik dus vegetariër.

Na enkele jaren besloot ik ook geen cosmetica of verzorgingsproducten meer te kopen die op dieren getest zijn. Het leek mij absurd dat dieren, waar ook ter wereld, in Europa of in China, moeten lijden voor producten die mensen niet eens echt ‘nodig’ hebben. Door blogs als Naoki wist ik bovendien dat er heel veel andere, kleine en leuke merken zijn met een betere ethos dan de cosmeticagiganten die je overal in de winkels ziet liggen. Merken die begaan zijn met de wereld, mens en dier. Nadat ik besloot vooral aan die merken mijn geld uit te geven, kwam ik via blogs en youtube ook steeds vaker in aanraking met veganisme. Ik kende op dat moment al een aantal mensen die veganist waren, maar had me nog nooit echt verdiept in de beweegredenen erachter. Ik vond veganisme toen ook nog best extreem. Alsof je helemaal niets meer zou mogen eten. Ik begreep bovendien niet wat er dan precies mis was met dierlijke producten als melk, kaas en honing. Toen ik eens googlede “Why I became vegan”, ging er een hele wereld voor me open. Sindsdien hoeft niemand mij meer te overtuigen van wat er mis is met de consumptie van dierlijke producten. Toch zou ik mezelf geen veganist noemen. Sinds geruime tijd eet ik thuis zo goed als 100% plantaardig en probeer ik ook buiten de deur geregeld plantaardig te eten, maar dat lukt (nog) niet altijd. Als je er graag een stempel op plakt – maar dat doe ik liever niet – zou je kunnen zeggen dat ik een flexanist ben.

Goed. Tot hiertoe beperkte mijn groene hart zich dus vooral tot een hart voor dieren. Langzaamaan begon ik mijn blik te verruimen naar andere aspecten van mijn levensstijl, die, daar kwam ik later achter, niet altijd strookten met wat ik theoretisch gezien belangrijk vond. Ik las het boek Talking Dress van Marieke Eyskoot, die me met de neus op de feiten drukte over de omstandigheden waarin fast fashion geproduceerd wordt en me stil deed staan bij de vervuilende productieprocessen en materialen die er in de mode-industrie gebruikt worden. Naar aanleiding van dat boek ging ik me in eerste instantie meer focussen op ethische kledingmerken – merken dus die garanderen dat hun kledij gemaakt wordt door arbeiders die daar een degelijk loon voor krijgen en op een menselijke manier behandeld worden. Een hele tijd later pas kreeg ik ook oog voor duurzame mode en begon ik het niet alleen belangrijk te vinden wie mijn kledij gemaakt had, maar ook hoe en met welke materialen die kledij gemaakt werd. Daar heeft Marieke Eyskoots andere boek, Dit is een goede gids, een boek dat ik zowat beschouw als mijn ‘groene bijbel’, ongetwijfeld een belangrijke rol in gespeeld.

Door me dus geleidelijk aan te verdiepen in andere vormen van ethisch en duurzaam leven, begon ik meer en meer het bredere plaatje te zien. Ik was vegetariër geworden omdat ik geen dieren meer wilde eten, flirtte met het veganisme omdat ik ook op andere vlakken niet wilde bijdragen aan dierenleed. Door die beslissingen verduurzaamde ik onbewust mijn levensstijl, maar dat was op dat moment niet het doel. De gunstige effecten van vegetarisme en veganisme op klimaatverandering waren voor mij nog vooral een leuk extraatje. Door meer boeken, artikels en blogs te lezen en mensen te volgen op sociale media die zich inzetten voor dieren én klimaat, begon het bij mij te dagen dat het een niet zonder het ander kan. De schrijnende foto’s die National Geographic een paar maanden geleden postte over het desastreuze effect van onze afvalproductie op de planeet, maken dat voor mij meteen duidelijk. Als ik zo’n zeepaardje met een wattenstaafje zie ronddrijven, breekt mijn hart. Na het zien van Leonardo Dicaprio’s documentaire Before the Flood was ik helemaal om. De manier waarop wij, en dan denk ik vooral aan ‘wij, Westerlingen’, leven, verwoest deze planeet. Je kan dan wel heel leuk doen over het verduurzamen van je levensstijl, daar ben ik helemaal voor, maar het komt erop neer dat een koerswijziging absoluut noodzakelijk is als we nog iets aan de situatie willen veranderen. Het onrechtvaardige van klimaatverandering en milieuvervuiling is natuurlijk dat, zoals zo vaak, degene met de grootste impact niet het eerste slachtoffer is en daardoor weinig of geen directe gevolgen ondervindt van zijn/haar acties en gedrag. In zekere zin is dat natuurlijk onzin. Iedereen ondervindt gevolgen van klimaatverandering. Terwijl ik dit schrijf, loopt iedereen in België al weken te zweten door ongebruikelijk tropische temperaturen, maar ofwel worden die gevolgen als ‘alleen maar leuk’ gezien (elke dag meer dan 30°, kan niemand iets op tegen hebben, toch?), ofwel worden die helemaal niet aan klimaatverandering gelinkt. En in vergelijking met andere delen van de wereld, waar door de stijging van de zeespiegel verschillende delen land onbewoonbaar geworden zijn en mensen op zoek moeten gaan naar een nieuwe plek om te blijven (pun intended), valt het bij ons allemaal nogal mee.

Uiteindelijk komt het voor mij hier op neer. Als ik beelden zie van een orang-oetan die een bulldozer probeert te stoppen, omdat het  bos waarin hij woont omgehakt is om palmolieplantages op te kunnen neerpoten, wil ik het gevoel hebben dat ik daar zo min mogelijk aan bijdraag. In het beste geval wil ik leven op een manier die zo min mogelijk schade toebrengt aan anderen, hoe groot of hoe klein je dat ook wil interpreteren. Ik ben ervan overtuigd dat ik daarvoor niet moet verkassen naar een hutje in het bos, maar dat een eco-positieve levensstijl net zo goed mogelijk is in een appartement in de stad. Van de podcast die ik hierboven noemde, Het groene hart van, heb ik vooral twee dingen onthouden. In de aflevering met Guido Weijers, een man waar ik nog nooit van gehoord had, refereerde Weijers naar een liedje van een Nederlandse popgroep uit de jaren tachtig. Het liedje heet ‘later is al lang begonnen’ en Weijers haalde het aan om duidelijk te maken dat uitstellen op dit moment geen zin meer heeft. Er is geen later, er is alleen maar nu. Denken dat je ‘misschien volgend jaar wel eens’ zult beginnen met je leven te verduurzamen, is uitstelgedrag met een nefaste invloed. In diezelfde aflevering ging het over Weijers’ motivatie om vegetarisch te eten en hoe hij reageert als mensen hem zeggen dat een individuele actie globaal gezien toch geen zin heeft. Daarop repliceerde hij dat zelfs als dat argument al zou kloppen (uiteraard niet), het er in de grond op neerkomt jezelf de volgende vraag te stellen: “wie wil je zelf zijn?”. Het gaat er niet om hoe groot je impact nu precies is, het gaat erom dat je kunt antwoorden op de vraag “wat heb ik gedaan om deze situatie beter te maken?”. Sindsdien blijft die vraag maar in mijn hoofd spoken. Het antwoord dat ik er voorlopig op heb, is dat ik iemand wil zijn die respect heeft voor de wereld, dieren en mensen, en me daarnaar wil gedragen. Hoe cheesy dat ook mag klinken. Ik wil me gedragen naar wat ik belangrijk vind, geen deel zijn van industrieën waar ik niet achter sta, mijn geld besteden aan bedrijven die een positieve verandering teweeg willen brengen.

Begrijp me niet verkeerd, ik maak ook niet 100% van de tijd de meest duurzame keuzes. Op momenten dat ik me sowieso al niet zo goed voel, loop ik soms vloekend door de supermarkt op zoek naar broodbeleg in een glazen potje en koop ik uiteindelijk toch iets in plastic verpakking. Gedurende de afgelopen jaren heb ik heus niet alleen maar kleren gekocht bij merken die ethisch en duurzaam zijn. Ik neem soms de auto als dat nu eenmaal beter uitkomt en ik douche nog altijd veel te lang, omdat douchen nu eenmaal een moment van ontspanning is voor mij. Soms voel ik me daar achteraf slecht over, maar dat schuldgevoel probeer ik meer en meer om te buigen tot iets positiefs. Het heeft nu eenmaal geen zin om je slecht te voelen als je bv. probeert minder vlees te eten, maar daar niet altijd succesvol in bent. Ik ben ervan overtuigd dat het vooral gaat om de intentie en dat niemand die probeert duurzamer te leven daar elk moment van de dag in slaagt. En dat is niet erg. In sommige gevallen is meedoen inderdaad belangrijker dan winnen.

Als ik deze tekst herlees, wordt mij vooral duidelijk dat mijn buikgevoel nooit veranderd is. Ik heb altijd al belangstelling gehad voor het welzijn van dieren en mensen, voor de natuur en de impact van een kapitalistisch systeem op de gezondheid van natuur, dier en mens. Het bewustzijnsproces dat ik de afgelopen tien jaar heb doorgemaakt (en nog steeds doormaak), heeft er alleen voor gezorgd dat ik dat buikgevoel stelselmatig naar de praktijk ben gaan omzetten. Dat wat ik doe, overeenkomt met hoe ik denk. En dat doe ik zowel voor de wereld rond mij, maar ook voor mezelf.

Als je jezelf hierin herkent,
– of misschien wel helemaal niet, maakt niet uit, doe dan ook maar –
stel jezelf dan ook even die vraag:

Wie wil jij zijn?

-0 Comment-

Leave a Reply