15 49.0138 8.38624 arrow 0 both 0 4000 1 0 horizontal https://www.eenplekomteblijven.be 300 4000 - 0
theme-sticky-logo-alt

Duurzame kleerkast zonder duurzame kleding? 5 tips

Als ik bij de wissel van seizoenen mijn zomerkleuren inruil voor mijn herfst- en winterkleding (of omgekeerd), merk ik geregeld dat er nieuwe kledingstukken in mijn kast hangen die ik niet of amper gedragen heb. Vaak gaat het om kleding van duurzame merken, die ik gekocht heb omdat ik iets nodig had of op zoek was naar een bepaald stuk. En omdat ik graag duurzame merken steun, koop ik ze dan liefst daar. Zelfs als ze me misschien niet helemaal goed staan of lekker zitten. Gewoon, omdat ik er zo op gebrand ben om mijn kleerkast te ‘verduurzamen’. En bijgevolg doe ik die kleding dan amper aan.

Toen ik onlangs op Instagram vroeg welke struggles jullie hebben met duurzame kleding, kreeg ik vaak als antwoord dat duurzame merken niet altijd de kleding maken die jij wil kopen, dat de stijl niet bij je past, de maten niet goed zitten of het gewoon te duur is voor jou. Daar herken ik me dus heel erg in. Ik denk dat ik niet de enige ben met het dit dilemma: waar koop je (nieuwe) kleding als je weet welke praktijken er schuilgaan achter veel reguliere merken, maar als je je niet 100% jezelf voelt in de kleding van duurzame merken? Ook al wil je die heel graag steunen. Kan je, met andere woorden, een duurzame kledingkast opbouwen zonder duurzame kleding? Hieronder vertel ik je hoe ik dat (vanaf nu) aanpak.

Koop kleding die je draagt

Het lijkt misschien een open deur intrappen, maar dat is het echt niet. Veel mensen kopen geregeld kledingstukken die ze eigenlijk nooit dragen. Jurkjes, terwijl ze alleen maar broeken dragen bijvoorbeeld. Of mooie laarzen, terwijl ze eigenlijk alle dagen op sneakers lopen. Het is dus belangrijk om voor jezelf even na te denken over de kleding die je vaak draagt en waar je je goed in voelt. Als je nooit een jeans draagt, heeft het ook geen zin om duurzame denimbroeken te gaan kopen. Een jeans van een duurzaam merk, gemaakt van 100% biologisch katoen, mag dan wel ‘duurzamer’ zijn dan een ‘gewone jeansbroek’, maar als hij in je kast blijft hangen, is er alsnog ontzettend veel water en energie verspild voor een broek die je niet draagt.

Een goede tip is om even na te gaan welke kledingstukken je altijd meteen uit de kast haalt als ze gewassen zijn. Om wat voor kleding gaat het? Uit welke stof bestaat het, welke kleur heeft het? Ik weet bijvoorbeeld dat ik echt niet hou van prikkende, wollige truien. En jumpsuits draag ik ook nooit. Ik vind ze mooi, maar heel onpraktisch. Die dingen hoef ik dus ook niet te kopen. Een andere goede oefening is om even stil te staan bij je levensstijl en welke kleding daarbij past. Werk je vooral thuis, moet je voor je werk bepaalde kleding dragen, wandel je veel? Ook die vragen kunnen je een stap dichter brengen bij een kledingkast die echt voor jou werkt. Als je eenmaal weet welke kledingstukken je wel of niet fijn vindt, kun je in de winkel uiteindelijk een betere keuze maken. Ook al komt de kleding dan niet van een duurzaam merk, je weet wel dat je het zal dragen. En kleding kopen die je echt draagt, blijft uiteindelijk toch de beste keuze.

Let op materialen

Ik heb het hierboven eigenlijk al weggegeven, maar materialen zijn belangrijk. Vroeger lette ik nooit op de stof waaruit een kledingstuk gemaakt is, maar nu dus wel. Ik koop bijvoorbeeld zo weinig mogelijk polyester. In de eerste plaats omdat polyester echt heel schadelijk is voor het milieu, maar ook omdat ik het gewoon niet fijn vind aanvoelen. In de regel focus ik dus vooral op organische stoffen in plaats van synthetische stoffen. Daar voel ik me (in de twee betekenissen van het woord) beter bij. Als ik bijvoorbeeld een trui wil kopen en er geen mooie vind van een duurzaam merk, blijf ik bij andere merken focussen op het materiaal en ga ik het liefst voor een trui van 100% (biologisch) katoen.

Overigens zit er ook een limiet aan de duurzaamheid van duurzame materialen. Hier lees je bv. een interessant artikel over Tencel en de schaduwkant van de populariteit.

Een andere goede tip is om op zoek te gaan naar ‘monomaterialen’: kledingstukken die uit één stof gemaakt zijn en niet uit een mengeling van verschillende materialen. Een bloes die uit 100% katoen bestaat, is veel eenvoudiger om te recycleren dan een bloes uit 60% viscose, 30% polyester en 10% elastaan. Voor sommige kledingstukken (truien, t-shirts, jeans) is die zoektocht makkelijker dan voor andere (panty’s worden bijna altijd gemaakt uit een mix).

Let op kwaliteit

Vooraleer ik iets koop, probeer ik het altijd even grondig te inspecteren: voelt het stevig aan? Hangen er al draadjes los? Is het mooi gestikt? Ik ben heus geen expert als het op kleding aankomt, maar zelfs als je er helemaal niets van kent, kan je wel voelen of een kledingstuk goed gemaakt is of niet.

Uit ervaring weet ik ook dat prijs niet altijd een garantie is voor kwaliteit. Deze zomer nog kocht ik een broek van een prijziger merk waarbij ik na een wasbeurt al merkte dat er verschillende draadjes loskwamen. Bovendien heb ik ook al kleding gekocht van ‘duurzame merken’ waarbij ik echt niet tevreden was van de kwaliteit. Je kleding goed inspecteren is dus echt een must. En als het een troost mag wezen: je wordt er na verloop van tijd steeds beter in, ik beloof het!

Koop minder

Nog zo’n dooddoener, maar toch is het belangrijk. Op de een of andere manier (hé, kapitalisme) hebben we geleerd dat we voortdurend iets anders aanmoeten en dat het not done is om te vaak dezelfde kleding te dragen. Natuurlijk is het fijn om keuze te hebben, maar misschien zijn drie jurkjes in plaats van twintig ook gewoon oké. Zeker als uit je kledinganalyse blijkt dat je helemaal niet zoveel jurkjes draagt. Ga dan misschien gewoon op zoek naar eentje dat je heel leuk vindt of dat je heel goed zit. Of misschien heb je het al in je kast hangen en kan je die tijd en energie dus aan veel leukere dingen besteden.

Je vindt online massa’s foto’s van mensen die een capsule wardrobe hebben van 30 kledingstukken en daar oneindig veel combinaties mee maken. Less is more, het is echt zo. Als je minder koopt, kan je aan ook wat meer sparen voor wat je wel nodig hebt.

Maak lijstjes

Welke kledingstukken heb je dat seizoen echt vaak gedragen? Was er iets dat je nog miste? Iets dat je wil vervangen? Schrijf het ergens neer voor het komende jaar, zodat je dan gerichter op zoek kan gaan. Ik ben nu ook begonnen met een lijstje waarop ik elke dag een streepje trek bij de kledingstukken die ik die dag heb gedragen. Op het einde van een seizoen kan ik dus kijken wat ik veel en wat ik amper uit de kast heb genomen. De kleding die in maanden tijd amper daglicht heeft gezien, kan je dan verkopen of doneren. Als je het een seizoen lang niet hebt gedragen, zal je het waarschijnlijk in de toekomst ook niet dragen. En de kleding die je wel hebt gedragen, geeft je wat meer kennis over wat jij leuk vindt en wat bij jouw leven past.

Laat me zeker weten of jij nog een goede tip hebt die in dit lijstje past! In tussentijd stel ik voor dat we niet te streng zijn voor onszelf en onthouden dat alle beetjes helpen. Ook als je geen toegang hebt tot duurzame mode, om welke reden dan ook, kan je al een heleboel veranderen. Daar gaan we voor.

Ps: Tweedehands is ook altijd een goede optie, maar dat is niet voor iedereen zo eenvoudig. Bovendien pas ik bovenstaande tips ook toe op tweedehands items.

-0 Comment-

Leave a Reply