15 49.0138 8.38624 arrow 0 both 0 4000 1 0 horizontal https://www.eenplekomteblijven.be 300 4000 - 0
theme-sticky-logo-alt

Boekreview: Groene Leugens – Duurzaamheid als verkooptruc

Een tijdje geleden las ik in De Morgen een interview met Kathrin Hartmann over haar nieuwe boek, Groene leugens – een boek over greenwashing, een onderwerp waar ik zelf eerder al een artikel over schreef en graag meer over wilde weten. Het interview was interessant en de dag nadien ging ik naar de boekhandel om het boek te kopen.

Het is voor mij moeilijk om te bepalen wat ik nu precies van dit boek vind. Hartmann, een Duitse journaliste, laat in haar boek een aantal interessante onderwerpen aan bod komen (palmolie, duurzame mode, de vleesindustrie, etc.) en probeert stelselmatig de ‘groene leugens’ te doorprikken die slimme bedrijfsleiders en marketeers rond die onderwerpen verspreiden. De onderliggende boodschap die in elk van die hoofdstukken naar voren komt, is dat je in een kapitalistisch systeem dat louter oog heeft voor een zo groot mogelijke winst op een zo kort mogelijke termijn, nooit volledig duurzaam zal kunnen leven. De idee dat je als consument de wereld kan redden door ‘duurzame’ spullen te kopen in plaats van ‘gewone’ spullen, ‘duurzame’ palmolie in plaats van ‘gewone’ palmolie en ‘duurzaam’ vlees in plaats van ‘gewoon’ vlees, ontmaskert Hartmann als een manier om vooral je eigen geweten te sussen. Voor Hartmann zijn ‘duurzame palmolie’ en ‘duurzaam vlees’ contradictiones in terminis; het zijn tegenstellingen in zichzelf. En, dat is voor mij belangrijker, volgens haar is ‘duurzaam consumeren’ dat ook.

Duurzaam consumeren, zo stelt Hartmann, is een concept dat het voor bedrijven mogelijk maakt om te blijven doen wat ze al jaren doen, zij het dan met een zogenaamd groen sausje erover. Het is een concept dat Westerse consumenten toelaat om hun extravagante levensstijl van kopen, kopen, kopen te blijven verderzetten, zonder schuldgevoel, want ‘ze kopen duurzaam’ en doen dus niets verkeerd. Duurzaam consumeren houdt met andere woorden hetzelfde vernietigende systeem in stand. Het meest duurzaam geproduceerde product is het product dat niet geproduceerd wordt, de meest duurzame aankoop is de aankoop die niet gedaan wordt. Consumeren kan pas duurzaam worden als je beslist om ermee te stoppen, als consumeren consuminderen wordt.

Doorheen het boek staat Hartmann uitgebreid stil bij de rol van de burger. Ze schrijft: “De burger lijkt zich intussen neergelegd te hebben bij zijn economische rol als verbruiker, heeft zijn politieke engagement vervangen door de notie van ‘ethische consumptie’ en consumeert opgewekt door – wat moet hij ook anders?” In het hoofdstuk over duurzame mode gaat ze hierop door: “De zogenaamde consumentendemocratie, waarin het niet langer de burger is die met verzet en protest de politiek beïnvloedt, maar de consument zijn bankbriefjes gebruikt als evenzovele stembiljetten waarmee hij aan de kassa zijn keuzes duidelijk maakt, komt loepzuiver overeen met de neoliberale ideologie van impasse en eigen verantwoordelijkheid. In een samenleving waarin eenieder zijn eigen geluk moet creëren, wordt het individu door aanpassing en zelfoptimalisering ook een product, dat op de markt met andere individuen concurreert. Het neoliberalisme belooft ons vrijheid, maar die blijkt zich te beperken tot individuele keuzevrijheid bij het winkelen – ook, en zelfs voor, het redden van de wereld.”

Wat ik fijn vind aan het boek, is dat de auteur niet alleen focust op individuele gevallen van greenwashing, maar het betoog opentrekt naar een bredere reflectie op de samenleving als geheel en kijkt naar de rol van politiek, bedrijven en burgers. Ze heeft aandacht voor de groene leugens en voor de structuren die die groene leugens voor ons zo aantrekkelijk maken. Andere boeken die ik las over duurzaamheid, staan inderdaad vooral stil bij hoe je als individu met je portemonnee een bepaalde keuze kan maken. Hartmann bekijkt die vraag vanuit een grotere afstand en besluit dat als je met je portemonnee een keuze moet maken, het eigenlijk al te laat is. Je bent dan geen individu meer, maar een consument, die deel is van het systeem dat aan de grondslag ligt van het probleem dat je zou willen bestrijden. Hoewel ik de tegenstelling tussen individu/burger en consument nogal op de spits vind gedreven, heeft het mij wel doen stilstaan bij vragen over ‘duurzame consumptie’ en mijn eigen rol daarin. Met een verwijzing naar Theodor Adorno’s Minima Moralia lijkt Hartmann te willen stellen: “es gibt kein richtiges Leben im Falschen” (‘er is geen goed leven in wat fout is’). Iets om over na te denken.

Zoals je waarschijnlijk al kon opmaken, is Groene leugens niet het meest positieve boek. Hoewel Hartmann het pessimisme van een zes hoofdstukken durende klaagzang probeert recht te trekken in het laatste hoofdstuk (haar visie op de toekomst), is Groene leugens niet het boek dat je moet lezen als je op zoek bent naar een tekst die je vertelt dat het allemaal wel goed zal komen. Ik ben zelf zeker geen voorstander van een immer durende goed nieuws show, maar de neerslachtigheid en het cynisme ten opzichte van nieuwe, duurzame initiatieven, werden me soms wel wat teveel. Ik sluit me grotendeels aan bij de stellingen die Hartmann in dit boek uiteenzet, maar ik geloof ook dat je door een te groot cynisme het kind met het badwater weggooit. Ik geloof heus dat er ondernemingen zijn die vanuit een langetermijnvisie hun industrie proberen te verduurzamen. Natuurlijk is het zo dat als we massaal duurzame jeansbroeken gaan kopen, we ons leven daarmee niet verduurzaamd hebben (ook al maken we onszelf dat soms misschien wel wijs). Maar dat betekent niet per definitie dat het bedrijf dat die jeansbroeken op de markt brengt, alleen maar opereert vanuit een blinde honger naar winst. Als mijn jeansbroek scheurt en ik een nieuwe moet kopen, ben ik blij dat er bedrijven zijn die een iets duurzamere variant op de markt brengen. Bovendien zijn er heel wat ondernemers die, tegen hun eigen portemonnee in, bewustzijn proberen te creëren rond bewuster kopen en consuminderen.

Mijn mening over dit boek valt dus niet in een woord samen te vatten. Op Goodreads gaf ik het drie sterren. Het heeft mijn ogen geopend voor structurele problemen waar ik voorheen vaak niet bij stilstond, het heeft me doen nadenken over mijn eigen ‘rol’ in het duurzaamheidsdiscours en mede dankzij dit boek heb ik ervoor gekozen om als consument in 2019 een stapje terug te doen (daar schreef ik ook een artikel over). Wat me stoorde aan het boek, is dat het weinig opening laat voor een positieve boodschap; een boodschap die naar mijn gevoel nodig is als je mensen wil betrekken in een project voor de toekomst. Groene leugens gaf me soms het gevoel dat er binnen het huidige systeem haast geen mensen bestaan met goede intenties. En, hoe overtuigend de bewijsvoering van het boek ook is, dat is een gevoel dat ik weiger te delen.

Heb jij dit boek ook gelezen? Laat me dan zeker weten wat je ervan vond! Heb je nog andere boekentips rond dit thema, stuur ze me dan ook gerust even door.

-2 Comments-

  • January 14, 2019 at 7:09 pm

    Oh het spreekt me eigenlijk wel aan… Want ik geloof niet echt dat er verandering komt als je het van de burgers laat afhangen. Velen kiezen nog altijd voor een goedkopere versie dan voor een duurzamere.

    • January 15, 2019 at 10:30 am
      Sigrid

      Ja, klopt. Maar ik heb ook weinig hoop voor positieve veranderingen vanuit de overheid, als ik eerlijk ben – daar gaat het boek trouwens ook dieper op in. Als je dat interessant lijkt, zou ik het boek zeker aanraden! 🙂

Leave a Reply Cancel Reply